Zakelijke fiets leasen

Fiets van de zaak wordt aantrekkelijker gemaakt

Het moet een stuk makkelijker en daarmee aantrekkelijker gaan worden om een leasefiets van de zaak te gaan rijden. Dit wil de overheid gaan bereiken met een versoepeling van de fiscale regeling die geldt voor een fiets van de zaak. De overheid is samen met de brancheverenigingen bezig om de regeling uit te werken, welke per 1 januari 2020 moet ingaan.

In een bericht aan de Tweede Kamer schrijft staatssecretaris Snel van Financiën het volgende: “Fietsen is gezond en goed voor het milieu en vermindert files. Toch pakken nu nog teveel mensen de auto als ze naar het werk gaan. Dat de regels voor een leaseauto nu eenvoudiger zijn dan voor een fiets helpt natuurlijk niet. Daarom gaan we die regels versimpelen.”

Het initiatief wordt gesteund door staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Milieu. Van Veldhoven: “Wanneer je bedenkt dat meer dan de helft van de autoritten korter is dan 7,5 kilometer, is daar zeker winst te halen. Fietsen is behalve snel ook schoon. Als veel mensen fietsen, draagt dat ook nog eens bij aan een goede doorstroming op de weg voor mensen die geen keuze hebben. Ook zorgen zij voor minder luchtvervuiling.”

Huidige situatie

Een fiets is, net als de auto, een ter beschikking gesteld vervoersmiddel van de zaak. Vaak wordt deze daarnaast ook privé gebruikt. Over dit privégebruik moeten werknemers belasting betalen over de waarde van het voordeel dat ze daarmee genieten. Bij auto’s geldt hiervoor een vaste forfaitaire bijtelling, waarmee de gebruiker het privégebruik afkoopt. Voor een fiets is dit echter niet het geval. Voor het gebruik van een fiets moet op dit moment een kilometerregistratie worden bijgehouden, waarin onderscheid gemaakt wordt tussen privégebruik en woon-werkverkeer. Van de privékilometers moeten dan weer kosten zoals onderhoudskosten, reparaties, verzekeringen, maar bijvoorbeeld ook stroomverbruik bij een e-bike, worden afgetrokken. Het bedrag dat dan overblijft moet bij het belastbare salaris opgeteld worden.

Deze situatie maakt dat op dit moment maar heel beperkt gebruik gemaakt wordt van de fiets van de zaak; er rijden op dit moment zo’n 10.000 werknemers op een fiets van de zaak, tegenover 700.000 auto’s.

Makkelijkere regeling

Als de huidige regeling en de uitvoering daarvan makkelijker wordt gemaakt zal de fiets van de zaak veel aantrekkelijker worden. Dit is dan ook de bedoeling van het kabinet. Een simpele forfaitaire bijtelling voor de fiets moet de fiets naast de auto zetten als vervoersmiddel voor woon-werkverkeer. Auto en fiets mogen dan dus ook naast elkaar gebruikt worden, waarbij het voor werknemers aantrekkelijker moet worden om bijvoorbeeld een aantal dagen per week de fiets te pakken.

De hoogte van de bijtelling is 7%.

Bron: Rijksoverheid

Vragen naar aanleiding van dit blog?

Facebook
Twitter
LinkedIn